Aan wie stelt de gemeente de politiegegevens uit de opsporingstaak van haar boa's ter beschikking?

Aan personen die door de gemeente zelf of door een andere verwerkingsverantwoordelijke zijn geautoriseerd om politiegegevens te verwerken, voor zover zij die gegevens nodig hebben voor hun taak. Het gaat dan om politieambtenaren, andere boa's en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten. Dat is een plicht: de gemeente 'stelt ter beschikking' (artikel 15, eerste lid, en artikel 46, tweede lid, onder b, Wpg). Er is geen besluit per geval nodig, en weigeren kan alleen op de gronden die de wet noemt (zie ‘Wanneer mag de gemeente het ter beschikking stellen weigeren of voorwaarden stellen’). De plicht reikt niet verder dan nodig: alleen aan wie geautoriseerd is en de gegevens nodig heeft voor de eigen taak (need to know). Een collega-opsporingsambtenaar zonder die behoefte heeft dus geen recht op de gegevens. Dat is anders dan verstrekken buiten het Wpg-domein; dat is in de regel een 'kan'-bepaling (zie ‘Wat is het verschil tussen 'ter beschikking stellen' en 'verstrekken' van politiegegevens’).

Bron: art. 15 lid 1 en art. 46 lid 2 onder b Wpg; art. 2 Bpg boa
Bijgewerkt tot 22-10-2026. Algemene informatie, geen juridisch advies. Aan dit antwoord kunnen geen rechten worden ontleend.

Gerelateerde vragen

Zoek in de kennisbankEen andere vraag? Klik hier →

Bekijk alle vragen per thema