Aan wie stelt de gemeente de politiegegevens uit de opsporingstaak van haar boa's ter beschikking?
Aan personen die door de gemeente zelf of door een andere verwerkingsverantwoordelijke zijn geautoriseerd om politiegegevens te verwerken, voor zover zij die gegevens nodig hebben voor hun taak. Het gaat dan om politieambtenaren, andere boa's en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten. Dat is een plicht: de gemeente 'stelt ter beschikking' (artikel 15, eerste lid, en artikel 46, tweede lid, onder b, Wpg). Er is geen besluit per geval nodig, en weigeren kan alleen op de gronden die de wet noemt (zie ‘Wanneer mag de gemeente het ter beschikking stellen weigeren of voorwaarden stellen’). De plicht reikt niet verder dan nodig: alleen aan wie geautoriseerd is en de gegevens nodig heeft voor de eigen taak (need to know). Een collega-opsporingsambtenaar zonder die behoefte heeft dus geen recht op de gegevens. Dat is anders dan verstrekken buiten het Wpg-domein; dat is in de regel een 'kan'-bepaling (zie ‘Wat is het verschil tussen 'ter beschikking stellen' en 'verstrekken' van politiegegevens’).
Gerelateerde vragen
- Wanneer mag de gemeente het ter beschikking stellen weigeren of voorwaarden stellen?
- Wat is het verschil tussen 'ter beschikking stellen' en 'verstrekken' van politiegegevens?
- Krijg ik als boa ook politiegegevens van de politie, en wat mag ik daarmee?
- Is het een weigering als ik eerst nog een getuigenverhoor of zoeking moet doen voordat een ander de gegevens gebruikt?
- Wanneer mogen artikel 8- en artikel 9-gegevens voor een ander doel binnen het Wpg-domein worden gebruikt?
- Wat zijn 'politiegegevens over toezicht' en waarom gelden daar extra regels voor?